|
||
Inhoud
Iedereen heeft een integraal toegankelijke samenleving voor ogen. Maar wie is ‘iedereen’’? De Vlaamse overheid die belang hecht aan bewustmaking en werkt aan een nieuwe regelgeving. Provincies, steden en gemeenten die – de ene al wat beter dan de andere – aandacht hebben voor toegankelijkheid van haar eigen gebouwen, middenstand, … Technische adviesbureaus, provinciale platforms, Enter als Vlaams expertisebureau, … en natuurlijk de gebruikers! En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Er zijn immers veel mensen en organisaties betrokken bij het ganse toegankelijkheidswerk. Dit bijzonder boeiende gegeven maakt het niet altijd even makkelijk. De laatste jaren onderging ‘de sector’ nogal wat veranderingen, mede doordat de Vlaamse minister bevoegd voor het gelijke kansenbeleid, mevrouw Van Brempt, alle actoren een structureel vaste plaats bezorgde in het complexe en – contradictie – ontoegankelijke toegankelijkheidswerkveld. Deze structuur werd intussen door iedereen geaccepteerd, maar het werk moet eigenlijk nog beginnen! Samenwerken doe je op basis van een structuur, maar de structuur op zich creëert slechts enkele randvoorwaarden. Het zullen de mensen achter het schema zijn die dit moeten realiseren. Het TOV is alvast vragende partij voor een samenwerking die nog veel sterker en intensiever wordt dan nu al het geval is, met zoveel mogelijk relevante actoren uit het werkveld. Enkele principes zijn hierbij voor ons van groot belang. Hiermee komen we bij de unieke plaats van elke actor. We besteden graag even aandacht aan de veranderende positie van gebruikers en de gevolgen hiervan. Gebruikers zijn in dit verhaal eigenlijk de klant. Zij (en dat zijn wij natuurlijk allemaal) maken gebruik van diensten, goederen, infrastructuur, gebouwen, openbaar vervoer, … en oordelen dus over de kwaliteit ervan. Niet toegankelijk zijn, betekent voor ons: geen kwaliteit. Dus de ervaringen van gebruikers, het vaststellen van knelpunten is onze taak, wat het TOV betreft, van gebruikers met een beperking. We beseffen ook dat geen enkele overheid of dienst alles in één keer kan oplossen en dat toegankelijkheid realiseren een planning op lange termijn vergt. We zullen dus prioriteiten moeten stellen, op korte en op lange termijn. Voor veel problemen bestaan reeds oplossingen, voor andere zaken moeten we nog op zoek naar goede concepten. We vinden het niet de taak van gebruikers om oplossingen te bedenken. Wel moeten wij als gebruikers kunnen aangeven aan welke kwaliteitscriteria oplossingen moeten voldoen. Met andere woorden, we willen kunnen bepalen wanneer een oplossing goed is of niet. Nog even voor de duidelijkheid: dit is geen arrogante houding. Je zou uit bovenstaande tekst immers kunnen afleiden dat gebruikers enkel maar eisen stellen en zelf nergens verantwoordelijk voor zijn. Dat dit niet de bedoeling is, zal hieronder blijken. In de eerste plaats plegen gebruikers van verschillende doelgroepen overleg met elkaar, met de overheid en diverse organisaties. Met elkaar om alvast met een consensus naar buiten te treden. Het is met name onze verantwoordelijkheid om op een gevatte wijze aan anderen duidelijk te maken wat er precies scheelt. Het TOV kiest altijd eerst voor overleg. Pas wanneer het gevoel blijft dat we niet gehoord worden, of het resultaat te veel afwijkt van onze verwachtingen, voeren wij actie. Hiermee maken willen we vooral duidelijk maken dat met ons te praten valt, dat we niet in het wilde weg slaan, maar ook dat we ernstig willen genomen worden. Wanneer we het hebben over overleg, participeren we actief aan het ganse proces. We willen mee nadenken over oplossingen, feedback geven, resultaten beoordelen, suggesties formuleren. Onze taak kan en mag niet ophouden bij het doen van vaststellingen en eisen formuleren. Concreet betekent dit dat wij ook een actieve partner zijn. Het nalezen van voorstellen, het bekijken van oplossingen, het verstrekken van gebruikersdeskundig advies zijn zaken waaraan we veel zorg, aandacht en tijd besteden. Het TOV wil ruim aanwezig zijn en op verschillende plaatsen meepraten, mee denken en mee naar oplossingen zoeken. Dit vraagt de inzet van steeds meer mensen en mensen kosten geld. Dat is alvast een belangrijk knelpunt. Het zal echter niet anders kunnen: toegankelijkheid kan je alleen maar integraal benaderen, waardoor we ons noodzakelijkerwijze op vele fronten richten. De resultaten mogen er intussen zijn, ook al is er nog een enorme weg af te leggen. Enkel voorbeelden hiervan zijn ons structureel overleg met Enter vzw en ‘De Lijn’, onze samenwerking met de voetgangersbeweging en de BTTB, het overleg tussen verschillende gebruikersorganisaties, de samenwerking met Gelijke Kansen in Vlaanderen. We willen dit op een eerlijke, loyale en betrouwbare wijze doen, maar ook dit kan niet zomaar. Loyaliteit moet overal aanwezig zijn. We vragen dus ook loyaliteit van anderen naar de gebruikers toe. We hebben ons in dit stuk voorgesteld als een deskundige partner die in de eerste plaats voor overleg en samenwerking kiest op gelijkwaardige basis. Dit neemt niet weg dat gebruikers, hun organisaties en daarmee ook het TOV in de eerste plaats actiegroepen blijven die opkomen voor de belangen van hun leden. Dit betekent ook dat het TOV actie zal voeren wanneer het voornoemde overlegmodel faalt of niet de verwachte vruchten afwerpt. Natuurlijk hopen we dat het niet, of toch niet al te dikwijls, zover hoeft te komen. Wil je graag reageren op dit standpunt? Graag! De positie van ‘de gebruikers’ is immers volop in evolutie. De tijd dat we her en der de breedte van de deur gingen meten, is voorbij. Vandaag zijn we een volwaardige gesprekspartner geworden en dat vraagt om herpositionering. Alle reacties graag naar bernard.daelman@vfg.be
Na anderhalf jaar aandringen organiseerde het kabinet van de Vlaamse minister van mobiliteit, Kathleen Van Brempt, in het najaar van 2007 een eerste ontmoeting van het TOV met De Lijn. Meteen werd een afspraak vastgelegd voor een eerste structureel overleg. Dit vond plaats op 15 januari jl. Voor het TOV was dit een mijlpaal; haar geduld werd eindelijk beloond! Vanuit de overtuiging dat de gebruikersexpertise van het TOV een belangrijke meerwaarde zal vormen in het toegankelijkheidsadvies aan de Vlaamse vervoersmaatschappij, hopen wij langs deze weg de bestaande knelpunten op vlak van toegankelijkheid te kunnen wegwerken. Tijdens dit eerste overleg erkende ook De Lijn dat de inbreng van de gebruikerssector, via het TOV als Vlaams platform, inderdaad aangewezen is. De (fysieke) aanwezigheid van vertegenwoordigers uit de gebruikerssector in de diverse werkvergaderingen en overlegorganen zal de aandacht voor het aspect toegankelijkheid bij de betrokken verantwoordelijken en diensten van De Lijn zeker aanscherpen. Voor het volgende overleg (in april) staan alvast deze onderwerpen op de agenda: Wij houden u op de hoogte van onze verdere verwezenlijkingen bij De Lijn. Karin Vaesen
GebruikstoegankelijkheidDe Vlaamse minister voor Gelijke Kansen, Kathleen Van Brempt keurde ten gunste van het TOV een project goed rond het thema ‘gebruikstoegankelijkheid’. Het gaat hierbij om alle aspecten die te maken hebben met het gebruiken van de aanwezige infrastructuur en diensten. Immers, zelfs de afwezigheid van fysieke ‘drempels’ geeft geen garanties op een vlot en comfortabel gebruik ervan. Enkele voorbeeldenWat willen we precies doen?Het TOV maakte intussen een werkbare definitie op, die we in de loop van 2008 willen toetsen en verder verfijnen. (definitie op site plaatsen + link van woord definitie naar de formulering ervan op de site) Daarnaast zijn we vooral op zoek naar knelpunten die gebruikers (personen met een handicap) ervaren wanneer zij allerlei diensten gebruiken, gebouwen bezoeken e.d. Hiervoor organiseren wij 4 gespreksmomenten. (gegevens op site en link ernaar) Een eerste ging door op 25 januari jl. in ‘De Blauwput’ in Leuven. Hierop kwamen gebruikers met een handicap, die in Vlaams Brabant en het zuidelijk deel van Limburg wonen, af. Een volgende gespreksronde organiseren we voor mensen uit de noordelijker regio van Limburg en Antwerpen. Een derde zal doorgaan op de rand van Oost en West-Vlaanderen. Tot slot gaat er centraal in het land een vierde ronde door voor beroepskrachten (opvoeders, maatschappelijk werkers, assistenten, … Hier zijn ook ouders van mensen met een (verstandelijke) beperking welkom. Tussendoor gaan we 3 gebouwen bezoeken met een kleiner groepje mensen met verschillende handicaps. Tot slot mag u nog een korte vragenlijst (vragenlijst op site en link ernaar – voorlopig ‘under construction) verwachten waarin we eveneens polsen naar knelpunten en mogelijke oplossingen. We willen via deze methodieken een inventaris opmaken van alle knelpunten en te weten komen aan welke eisen oplossingen moeten voldoen. En daarna?Op basis van alle ingewonnen informatie moeten na afloop van ons project oplossingen gevonden worden om de gevonden knelpunten zoveel mogelijk weg te werken. Hiervoor willen we samenwerking met het Vlaamse expertisebureau Enter vzw en Gelijke Kansen in Vlaanderen. We vinden het immers niet onze taak om (technische) oplossingen te zoeken, wel om aan te duiden waar het schoentje knelt en duidelijk te maken aan welke kwaliteitscriteria oplossingen moeten voldoen. Of anders gezegd:’Wat is er fout en hoe moet het dan wel?’. Meer informatie?Hiervoor kan je terecht bij het TOV, p/a Sint-Jansstraat 32-38 te 1000 Brussel of op 02/515.06.74 (vragen naar Bernard Daelman en dit op woensdag, donderdag en vrijdagvoormiddag). Via mail op bernard.daelman@vfg.be. Inschrijven om deel te nemen aan de discussiemomenten is nodig en kan via bernard.daelman@vfg.be of op 02/515.06.74
In de verschillende thema’s, die ter sprake kwamen, werden bestaande problemen herschetst door de deelnemers, nieuwe elementen aangebracht evenals positieve initiatieven en ervaringen. Binnen de verschillende discussiegroepjes ontstonden dialogen die tegenstrijdigheden blootlegden, die gemeenschappelijke problemen bevestigden, maar die evenzeer benadrukten dat de menselijke ondersteuning nooit kan uitgesloten worden: zoals de begeleiding binnen het station, begeleiders van de dagcentra die hun cliënten helpen bij woon- werkverplaatsing of de specifieke begeleiding op het vervoersmiddel zelf. Hiernaast werd bevestigd dat begeleiding en toegankelijkheid toch nog niet vanzelfsprekend is indien we van ‘gebruikstoegankelijkheid’ zouden spreken. Begeleiders op trein, bus of ander vervoersmiddel moeten gesensibiliseerd worden rond de specifieke begeleiding van ook deze gebruikers. Mits de juiste afspraken kan iedereen op een vlottere manier zich toegankelijk verplaatsen binnen onze leefomgeving. Tenslotte bereiken de gebruikstoegankelijkheden voor ons publiek meestal een ruimer publiek waaronder wij ook ouderen, ouders met buggy’s en kinderen kunnen rekenen. |
||