Toegankelijkheidsoverleg Vlaanderen
Nieuwsbrief oktober 2007

Inhoud

  1. Voorwoord: Inbreng van gebruikers blijft nog veel te beperkt. Dat kan en moet beter!
    Voorwoord van Yves Verschaeren, coördinator van het Toegankelijkheidsoverleg Vlaanderen

  2. Joepie, universal design
    De eerste Vlaamse week, onder het motto ‘meer ontwerpen voor iedereen’, is voorbij. Of dit nu een voltreffer was, laten we in het midden. De toon was gezet en iets wat enkele jaren terug nog een vaag, moeilijk grijpbaar concept was, is concreter geworden en dus ook makkelijker om te verkopen.

  3. TOV verleent gebruikersadvies
    Eén van de kerntaken van het TOV is het verlenen van gebruikersadvies aan ondermeer Enter vzw, het Vlaamse Expertisecentrum Toegankelijkheid. Belangrijk hierbij is dat wij samen één coherente gebruikersgroep vormen vanuit personen met een handicap.

  4. Assistentie in de Brusselse metrostations
    Sinds kort voorziet de MIVB in assistentie van personen met een beperking in de Brusselse metrostations

  5. Rondetafelconferentie '‘MOBILITEITSPARTICIPATIE IN BUURTEN' - Brussel, dinsdag 18 september 2007
    In het kader van de ‘Aardig-op-weg’-week organiseerde Mobiel 21 i.s.m. de Vlaamse overheid een rondetafelconferentie over de participatie van de burger aan het lokale mobiliteitsbeleid.

  6. Waar naartoe met De Lijn?
    De Lijn kan de laatste jaren uitpakken met een duidelijk stijgend reizigersaantal. Voor personen met een handicap blijft reizen met De Lijn bijzonder problematisch.

 

  1. Voorwoord - Te is nooit goed
  2. Wie een beetje weet heeft van het reilen en zeilen in het Vlaamse toegankelijkheidswereldje kent het - op zich mooie - liedje: het TOV kreeg een vaste plaats binnen de structuur die Vlaams minister Kathleen Van Brempt uittekende voor ‘onze’ sector.

    Intussen zijn we ongeveer anderhalf jaar verder en ons geloof in de goede man met zijn grijze baard is niet meer. De structuur – waar we nog steeds volmondig achter staan - moet meer worden dan een fraaie tekening. Gebruikers worden nog steeds snel links gelaten en met een kluitje in het riet gestuurd. Vage beloften en slechts sporadische contacten zijn hiervan het gevolg. We zijn te weinig betrokken, onze structurele plaats blijft een theoretische plek, iets waarmee we onmogelijk tevreden kunnen en mogen zijn. Waarschijnlijk zijn we ook te braaf.

    We willen echte, welgemeende betrokkenheid voelen op een manier die gelijkwaardig is met deze van alle andere actoren. Akkoord, de manier waarop zal anders zijn en da’s maar goed ook. We hebben nu eenmaal een andere – soms moeilijk te verwoorden – positie, maar daarom zijn we niet minder belangrijk. Integendeel zelfs! Het zou bijzonder naïef zijn om de plaats die ons toegekend werd, niet op te eisen.

    Ons teveel links laten liggen, te weinig gehoor geven aan onze opmerkingen, te laat in de nacht vergaderingen afblazen, te weinig contact, te snel ‘daar gaan we het nu niet meer over hebben’, te snel beloven en te veel niet of te traag doen, … allemaal te’s die ons eens zo sterke geduld tot bijna tegen de grond wegmaaiden.

    Jammer, beste overheid, maar als het echt niet anders kan, dan beginnen we nog een keer van voren af aan. Maar dan een stuk radicaler. Onze zachte middelen zijn op. De harde gebruiken we liever niet, maar als er geen keuze meer is … De rest mag u zelf invullen, beste overheid!

    Yves Verschaeren
    Coördinator TOV

    [Terug naar boven]

  1. Joepie, universal design
  2. Tijdens de startdag van deze eerste Vlaamse week gonsde het van ‘de gebruiker’. Ontwerpers moeten opnieuw de mens, de gebruiker, centraal stellen en hun concepten zo maken dat ze vlot, makkelijk en comfortabel te gebruiken zijn voor diegene waar het uiteindelijk voor bedoeld is: de gebruiker!

    Het deed plezier vast te stellen dat voor een heleboel mensen – ontwerpers, beleidsmakers, overheidsdiensten, … - de mens weer centraal staat. Of ontwerpen voor echt letterlijk iedereen nu haalbaar of utopisch is, klaarden we die dag niet uit, maar iedereen was van één ding overtuigd: we moeten terug naar de roots. De mens bewerkt zijn omgeving om erin te leven. Niet eens zo lang geleden leek het wel omgekeerd. Enkele mensen bewerkten de omgeving en dwongen anderen het daarmee te stellen …

    Nu toch nog één onnoemelijk grote opdracht: wie niet op de startdag aanwezig was overtuigen. Want, zoals het wel meer het geval is met dit soort studiedagen – je treft er vooral gelijkgestemden.

    Wat is universal design eigenlijk?

    ‘Universal design’ of ‘design for all’ heeft maar één doel: zodanig ontwerpen dat iedereen – of zo goed als iedereen – gebruik kan maken voor het ontwerp. Of dit nu een gebruiksvoorwerp, een gebouw, straat, plein, auto, openbaar vervoer of wat dan ook is, doet er niet toe. We gaan hier liever niet in op technische details. Wie daarover meer wil weten, vindt onderaan dit artikel de nodige links om zijn honger naar technische en theoretische achtergrond te stillen.

    We staan wel even stil bij enkele randaspecten die voor ons als toegankelijkheidsoverleg van belang zijn.

    Wat nu?

    We weten nu waarover we praten, maar hoe we ervoor gaan zorgen dat morgen iedereen aan de slag gaat vanuit dit prachtige concept, weten we nog niet. Da’s natuurlijk ook niet eenvoudig. Om de zaak vooruit te helpen, formuleren we alvast enkele argumenten die ons, en anderen, ertoe kunnen aanzetten de knop in onze geest om te draaien en niet langer vanuit de gemiddelde mens – die niet eens bestaat – meer ‘mainstreaming’-gericht te gaan denken en werken.

    1. Economisch gunstig
      Universal design is een zegen voor economisch denkende actoren. Eén enkel ontwerp zal in de toekomst immers door veel meer mensen gebruikt worden.

    2. Creativiteit viert hoogtij
      Dit concept vraagt om een originele invalshoek. De oplossingen zijn, of lijken, heel simpel maar zonder flinke dosis creativiteit lukt het niet. Gedaan dus met de onzinnige uitspraak dat toegankelijk ontwerpen en schoonheid niet zouden samengaan.

    3. Einde van de discussie: mentale en fysieke toegankelijkheid
      Ontwerpen voor iedereen houdt in dat elk ontwerp ook makkelijk en comfortabel bruikbaar is. Dat dus, met andere woorden, de wijze waarop het voorwerp moet gebruikt worden voor zich spreekt en volkomen logisch is. Jammer voor die moeilijke niet hanteerbare handleidingen, maar dat even terzijde. Hoe je moet lopen, hoe blinde personen niet tegen allerlei hindernissen botsen, hoe iemand de ingang vindt, … het wordt als maar vanzelfsprekender. De huidige nog veel te horen opmerking dat enkel fysieke toegankelijkheid belangrijk is, verzinkt in het niets. Sterker: wie dit denkt en vindt, heeft universal design niet begrepen.

    4. Besparen geblazen!
      Het wordt als maar interessanter. Een omgeving die voor iedereen comfortabel bruikbaar is, is ook een omgeving waar mensen lang en gelukkig kunnen wonen. Vooral voor mensen met min of meer ernstige beperkingen zou een volle toepassing van dit concept wel eens kunnen betekenen dat zij langer, of zelfs ‘for ever’ thuis kunnen blijven wonen en bijvoorbeeld niet naar een dure voorziening moeten, of dure hulpmiddelen en assistentie behoeven.

    5. Wetgeving nog nodig ?
      Waarschijnlijk wel. Zonder afdwingbare middelen zal een toegankelijke samenleving een droom blijven. Echter, eenmaal dit concept ten volle gebruikt en benut wordt, dus ook vanzelfsprekend wordt, krijgen we een leefomgeving die zoveel comfortabeler en dus zoveel meer kwaliteit biedt. Laten we hopen dat dit ooit sterker wordt dan wetgeving. Ooit, want vandaag is wetgeving die zowel over planafleesbare als niet-planafleesbare zaken gaat meer dan ooit noodzakelijk.

    Wellicht zijn er nog een massa voordelen te bedenken, zoals tevredenheid van burgers, minder verzuring, meer veiligheid, minder chaotische toestanden, …

    Tot slot

    Wat er ook van is, het concept bestaat, geraakt gekend en er zijn genoeg concrete voorbeelden voorhanden om het te gaan verkopen aan architecten, politici, in het onderwijs en het grote publiek. Doen dus, want op lange termijn zal universal design veel van onze dagelijkse problemen oplossen.

    [Terug naar boven]

  1. TOV verleent gebruikersadvies
  2. Eén van onze belangrijkste taken is de mening van alle representatieve gebruikersgroepen van personen met een handicap in één geheel tot haar recht laten komen. Dit is zeker waar voor het beleidsniveau, maar zeker ook wanneer het gaat om heel praktische zaken. Zo werd het TOV onlangs om advies gevraagd bij de opmaak van een nieuw vademecum voor de aanleg van infrastructuur en een databank rond openbaar en aangepast vervoer. Twee projecten waar wij zeker kunnen achterstaan en - naar onze eigen bescheiden mening – een zinvolle bijdrage leverden. Het vademecum waarvan sprake is vooral bedoeld voor medewerkers in gemeenten, provincies en het Vlaams Gewest. De databank rond openbaar en aangepast vervoer daarentegen is ook – en vooral – bedoeld voor het grote publiek. In één van onze volgende nieuwsbrieven komen we hier nog uitgebreider op terug.

    [Terug naar boven]

  1. Assistentie in de Brusselse metrostations
  2. Sinds kort voorziet de MIVB in assistentie van personen met een beperking in de Brusselse metrostations. De MIVB berichtte ons daarover het volgende: “Personen met een beperkte mobiliteit kunnen zich gratis laten vergezellen door een stationsagent die hen de hele metroreis bijstaat. Hiervoor kunnen zij bellen naar de centrale dispatching 02-515 38 93 (bereikbaar van 6 tot 20 uur) of het Contact Center: 070-23 20 00. Assistentie kan ook worden aangevraagd via de website: www.mivb.be, rubriek ‘Beperkte Mobiliteit’, link ‘Assistentie in de metro’. De aanvraag dient maximaal 1 dag tot minimaal 1 uur vooraf te gebeuren.

    Volgende metrostations zijn toegankelijk voor rolstoelgebruikers: Maalbeek, Centraal Station, Het Rad, COOVI, Eddy Merckx, Erasmus, Naamsepoort, Belgica, Delacroix en De Brouckère (liften), Heizel (hellend vlak en liften), Alma (hetzelfde niveau) en Stokkel (hetzelfde niveau). In deze stations kan het personeel bovendien een hellend vlak gebruiken voor een betere toegang tot de metrotoestellen. Het Centraal Station is uitgerust met liften vanaf het middenniveau. De bovengrondse toegang is bereikbaar via enkele ingangen die zijn uitgerust met een hellend vlak.

    Ook personen met andere beperkingen, zoals blinde en slechtziende reizigers, kunnen assistentie aanvragen. Ter plaatse dienen zij zich te begeven naar het niveau van de loketten (niet het niveau van de sporen!). Daar zal een stationsagent hem/haar opzoeken en verder begeleiden.”

    [Terug naar boven]

  1. Rondetafelconferentie ‘MOBILITEITSPARTICIPATIE IN BUURTEN’ - Brussel, dinsdag 18 september 2007
  2. Om gemeentebesturen daarin te ondersteunen gaf de Onderzoeksgroep ‘Memori’ van de Katholieke Hogeschool van Mechelen tien tips over hoe je dit organiseert, zodanig dat je een win-winsituatie bekomt voor je gemeente én voor je burgers. Enkele van deze tips waren:

    • "Niet iedereen wil participeren, maar iedereen moet kunnen participeren."
    • "Combineer breedte (verschillende doelgroepen) en diepte (doordenken)."
    • "Staar je niet blind op ‘representativiteit’, maar verlies het evenmin uit het oog."
    • "Organiseer een structurele basis voor participatie."

    Daarna werden vier inspirerende praktijkvoorbeelden voorgesteld van gemeenten die zich door middel van informatie en actieve participatie inzetten voor de responsabilisering van burgers rond concrete mobiliteitsprojecten.

    Uit de presentaties van deze praktijkvoorbeelden kwamen volgens Patrick Auwerx (voorzitter Mobiel 21) twee impressies naar voor:

    1. De lokale mobiliteitsparticipatie wordt zeer professioneel georganiseerd. Er is een inzet van personeel om zeer specifieke problemen aan te pakken. De insteek van de burgers wordt in de mobiliteitsplannen geïntegreerd.
    2. De doelstellingen van het Mobiliteitsplan Vlaanderen zijn o.m. bereikbaarheid, toegankelijkheid, verkeersleefbaarheid, aandacht voor leefmilieu… Uit deze presentaties blijkt een goede integratie van deze diverse doelstellingen.

    Vervolgens werd namens de Vlaamse minister voor Mobiliteit, mevrouw Kathleen Van Brempt, een korte uiteenzetting gegeven over het Vlaamse ondersteuningsbeleid ten aanzien van lokale mobiliteitsparticipatie. Er zijn vier vormen van ondersteuning:

    • voor projecten van gemeenten (bijv. uitbreiding van fietspaden): d.m.v. de mobiliteitsconvenanten;
    • voor participatieprojecten van organisaties, zoals KOMIMO en de Voetgangersbeweging (bijv. rond schoolomgevingen of Zone 30): d.m.v. projectsubsidies;
    • voor initiatieven van bedrijven m.b.t. collectief woon-werkvervoer: d.m.v. het Pendelfonds;
    • voor participatie van gemeenten bij de opmaak van het Vlaamse Mobiliteitsplan: d.m.v. de Vlaamse Mobiliteitsraad (MORA).

    De Vlaamse overheid wil eveneens het middenveld bij het lokale overleg betrekken en vooral ook de burgers steunen om daaraan te participeren. De praktijk leert immers dat bijvoorbeeld buurtonderzoek succesvolle resultaten levert bij planning van Ruimtelijke Ordening. Momenteel wordt een Mobiliteitsdecreet uitgewerkt. Dit decreet regelt ondermeer het organiseren van (openbare) onderzoeken met betrekking tot mobiliteit.

    Tijdens de zaaldiscussie vestigde het TOV de aandacht op de betrokkenheid van mensen met een auditieve, visuele, mentale, motorische of andere beperking bij het lokale mobiliteitsoverleg. Aangezien deze doelgroep vaak tot de ‘zwakste’ onder de zwakke weggebruikers behoort, mag zij zeker niet vergeten worden in het participatiebeleid.

    Vele gemeenten zetten zich daartoe reeds in door:

    • informatie te verspreiden via een toegankelijke website en/of een infoblad in aangepaste leesvormen;
    • een structureel overleg met de gemeentelijke adviesraad voor personen met een beperking;
    • het consulteren van in de gemeente gevestigde organisaties voor personen met een beperking.

    Andere gemeenten vonden deze ‘kanalen’ nog niet. Wij hopen alvast dat zij de positieve voorbeelden die tijdens de zaaldiscussie werden genoemd noteerden als een 11de tip!

    In het slotwoord gaf de voorzitter van Mobiel 21 een samenvatting in de vorm van vier ‘krachtlijnen voor succesvolle mobiliteitsparticipatie in buurten’:

    1. Participatie mag geen ad hoc aangelegenheid zijn, maar moet ingebouwd zijn in het beleid.
    2. Participatie moet leiden tot ‘zichtbare’ resultaten.
    3. De kosten-batenanalyse van een participatiebeleid is duidelijk positief naar de burger toe.
    4. Participatie moet een actieve betrokkenheid zijn i.f.v. duurzame mobiliteit.

      [Terug naar boven]

  1. Waar naartoe met De Lijn?
  2. Te weinig rolstoeltoegankelijke haltes, buschauffeurs die wegens te krap bemeten reistijden moeten kiezen tussen ‘op tijd op de eindbestemming zijn’ of ‘passagiers de kans geven om naar een zitplaats te gaan’, moeilijke communicatie bij individuele klachten, …

    Het TOV weet wel dat niet alle problemen direct kunnen opgelost worden. Toch geloven we dat er heel wat kan verbeteren wanneer we met De Lijn aan tafel kunnen gaan zitten.

    Op 1 juni is De Lijn gestart met een proefproject dat personen met een handicap van deur tot deur vervoert. Het project loopt in de regio’s Mol en Leopoldsburg. Personen met een handicap worden opgehaald aan hun eigen voordeur en ze worden vervoerd tot hun bestemming. Die bestemming mag echter maximum 10 km. van hun woning liggen, met uitzondering van enkele ‘puntbestemmingen’ zoals een ziekenhuis of een station.

    Het TOV werd uitgenodigd om deel uit te maken van de stuurgroep die het project zou begeleiden. Natuurlijk wilden we daar graag op ingaan. Alleen is er een probleem: de stuurgroep zou samenkomen in de zomer. Dit werd uitgesteld tot half september en op het laatste nippertje werd de stuurgroep weer afgeblazen. Ondertussen horen we weinig positieve reacties van personen met een handicap uit de regio .

    Het TOV ijvert al ruim anderhalf jaar om tot een structureel gesprek te komen met De Lijn, om een verbetering te krijgen voor heel wat knelpunten voor personen met een handicap die het openbaar vervoer wensen te gebruiken.

    Ons geduld is op. Ook de ruime groep TOV-leden spoorde de kerngroep aan om het geduld niet eindeloos te laten duren. Daarom hebben we een ultimatum gesteld. Als we binnenkort geen gesprek krijgen met De Lijn gaan we actie voeren. En we hopen dat de publieke opinie ons zal helpen.

    [Terug naar boven]