|
||
Inhoud
Wie een beetje weet heeft van het reilen en zeilen in het Vlaamse toegankelijkheidswereldje kent het - op zich mooie - liedje: het TOV kreeg een vaste plaats binnen de structuur die Vlaams minister Kathleen Van Brempt uittekende voor ‘onze’ sector. Intussen zijn we ongeveer anderhalf jaar verder en ons geloof in de goede man met zijn grijze baard is niet meer. De structuur – waar we nog steeds volmondig achter staan - moet meer worden dan een fraaie tekening. Gebruikers worden nog steeds snel links gelaten en met een kluitje in het riet gestuurd. Vage beloften en slechts sporadische contacten zijn hiervan het gevolg. We zijn te weinig betrokken, onze structurele plaats blijft een theoretische plek, iets waarmee we onmogelijk tevreden kunnen en mogen zijn. Waarschijnlijk zijn we ook te braaf. We willen echte, welgemeende betrokkenheid voelen op een manier die gelijkwaardig is met deze van alle andere actoren. Akkoord, de manier waarop zal anders zijn en da’s maar goed ook. We hebben nu eenmaal een andere – soms moeilijk te verwoorden – positie, maar daarom zijn we niet minder belangrijk. Integendeel zelfs! Het zou bijzonder naïef zijn om de plaats die ons toegekend werd, niet op te eisen. Ons teveel links laten liggen, te weinig gehoor geven aan onze opmerkingen, te laat in de nacht vergaderingen afblazen, te weinig contact, te snel ‘daar gaan we het nu niet meer over hebben’, te snel beloven en te veel niet of te traag doen, … allemaal te’s die ons eens zo sterke geduld tot bijna tegen de grond wegmaaiden. Jammer, beste overheid, maar als het echt niet anders kan, dan beginnen we nog een keer van voren af aan. Maar dan een stuk radicaler. Onze zachte middelen zijn op. De harde gebruiken we liever niet, maar als er geen keuze meer is … De rest mag u zelf invullen, beste overheid! Yves Verschaeren
Tijdens de startdag van deze eerste Vlaamse week gonsde het van ‘de gebruiker’. Ontwerpers moeten opnieuw de mens, de gebruiker, centraal stellen en hun concepten zo maken dat ze vlot, makkelijk en comfortabel te gebruiken zijn voor diegene waar het uiteindelijk voor bedoeld is: de gebruiker! Het deed plezier vast te stellen dat voor een heleboel mensen – ontwerpers, beleidsmakers, overheidsdiensten, … - de mens weer centraal staat. Of ontwerpen voor echt letterlijk iedereen nu haalbaar of utopisch is, klaarden we die dag niet uit, maar iedereen was van één ding overtuigd: we moeten terug naar de roots. De mens bewerkt zijn omgeving om erin te leven. Niet eens zo lang geleden leek het wel omgekeerd. Enkele mensen bewerkten de omgeving en dwongen anderen het daarmee te stellen … Nu toch nog één onnoemelijk grote opdracht: wie niet op de startdag aanwezig was overtuigen. Want, zoals het wel meer het geval is met dit soort studiedagen – je treft er vooral gelijkgestemden. Wat is universal design eigenlijk?‘Universal design’ of ‘design for all’ heeft maar één doel: zodanig ontwerpen dat iedereen – of zo goed als iedereen – gebruik kan maken voor het ontwerp. Of dit nu een gebruiksvoorwerp, een gebouw, straat, plein, auto, openbaar vervoer of wat dan ook is, doet er niet toe. We gaan hier liever niet in op technische details. Wie daarover meer wil weten, vindt onderaan dit artikel de nodige links om zijn honger naar technische en theoretische achtergrond te stillen. We staan wel even stil bij enkele randaspecten die voor ons als toegankelijkheidsoverleg van belang zijn. Wat nu?We weten nu waarover we praten, maar hoe we ervoor gaan zorgen dat morgen iedereen aan de slag gaat vanuit dit prachtige concept, weten we nog niet. Da’s natuurlijk ook niet eenvoudig. Om de zaak vooruit te helpen, formuleren we alvast enkele argumenten die ons, en anderen, ertoe kunnen aanzetten de knop in onze geest om te draaien en niet langer vanuit de gemiddelde mens – die niet eens bestaat – meer ‘mainstreaming’-gericht te gaan denken en werken. Wellicht zijn er nog een massa voordelen te bedenken, zoals tevredenheid van burgers, minder verzuring, meer veiligheid, minder chaotische toestanden, … Tot slotWat er ook van is, het concept bestaat, geraakt gekend en er zijn genoeg concrete voorbeelden voorhanden om het te gaan verkopen aan architecten, politici, in het onderwijs en het grote publiek. Doen dus, want op lange termijn zal universal design veel van onze dagelijkse problemen oplossen.
Eén van onze belangrijkste taken is de mening van alle representatieve gebruikersgroepen van personen met een handicap in één geheel tot haar recht laten komen. Dit is zeker waar voor het beleidsniveau, maar zeker ook wanneer het gaat om heel praktische zaken. Zo werd het TOV onlangs om advies gevraagd bij de opmaak van een nieuw vademecum voor de aanleg van infrastructuur en een databank rond openbaar en aangepast vervoer. Twee projecten waar wij zeker kunnen achterstaan en - naar onze eigen bescheiden mening – een zinvolle bijdrage leverden. Het vademecum waarvan sprake is vooral bedoeld voor medewerkers in gemeenten, provincies en het Vlaams Gewest. De databank rond openbaar en aangepast vervoer daarentegen is ook – en vooral – bedoeld voor het grote publiek. In één van onze volgende nieuwsbrieven komen we hier nog uitgebreider op terug.
Sinds kort voorziet de MIVB in assistentie van personen met een beperking in de Brusselse metrostations. De MIVB berichtte ons daarover het volgende: “Personen met een beperkte mobiliteit kunnen zich gratis laten vergezellen door een stationsagent die hen de hele metroreis bijstaat. Hiervoor kunnen zij bellen naar de centrale dispatching 02-515 38 93 (bereikbaar van 6 tot 20 uur) of het Contact Center: 070-23 20 00. Assistentie kan ook worden aangevraagd via de website: www.mivb.be, rubriek ‘Beperkte Mobiliteit’, link ‘Assistentie in de metro’. De aanvraag dient maximaal 1 dag tot minimaal 1 uur vooraf te gebeuren. Volgende metrostations zijn toegankelijk voor rolstoelgebruikers: Maalbeek, Centraal Station, Het Rad, COOVI, Eddy Merckx, Erasmus, Naamsepoort, Belgica, Delacroix en De Brouckère (liften), Heizel (hellend vlak en liften), Alma (hetzelfde niveau) en Stokkel (hetzelfde niveau). In deze stations kan het personeel bovendien een hellend vlak gebruiken voor een betere toegang tot de metrotoestellen. Het Centraal Station is uitgerust met liften vanaf het middenniveau. De bovengrondse toegang is bereikbaar via enkele ingangen die zijn uitgerust met een hellend vlak. Ook personen met andere beperkingen, zoals blinde en slechtziende reizigers, kunnen assistentie aanvragen. Ter plaatse dienen zij zich te begeven naar het niveau van de loketten (niet het niveau van de sporen!). Daar zal een stationsagent hem/haar opzoeken en verder begeleiden.”
Om gemeentebesturen daarin te ondersteunen gaf de Onderzoeksgroep ‘Memori’ van de Katholieke Hogeschool van Mechelen tien tips over hoe je dit organiseert, zodanig dat je een win-winsituatie bekomt voor je gemeente én voor je burgers. Enkele van deze tips waren: Daarna werden vier inspirerende praktijkvoorbeelden voorgesteld van gemeenten die zich door middel van informatie en actieve participatie inzetten voor de responsabilisering van burgers rond concrete mobiliteitsprojecten. Uit de presentaties van deze praktijkvoorbeelden kwamen volgens Patrick Auwerx (voorzitter Mobiel 21) twee impressies naar voor: Vervolgens werd namens de Vlaamse minister voor Mobiliteit, mevrouw Kathleen Van Brempt, een korte uiteenzetting gegeven over het Vlaamse ondersteuningsbeleid ten aanzien van lokale mobiliteitsparticipatie. Er zijn vier vormen van ondersteuning: De Vlaamse overheid wil eveneens het middenveld bij het lokale overleg betrekken en vooral ook de burgers steunen om daaraan te participeren. De praktijk leert immers dat bijvoorbeeld buurtonderzoek succesvolle resultaten levert bij planning van Ruimtelijke Ordening. Momenteel wordt een Mobiliteitsdecreet uitgewerkt. Dit decreet regelt ondermeer het organiseren van (openbare) onderzoeken met betrekking tot mobiliteit. Tijdens de zaaldiscussie vestigde het TOV de aandacht op de betrokkenheid van mensen met een auditieve, visuele, mentale, motorische of andere beperking bij het lokale mobiliteitsoverleg. Aangezien deze doelgroep vaak tot de ‘zwakste’ onder de zwakke weggebruikers behoort, mag zij zeker niet vergeten worden in het participatiebeleid. Vele gemeenten zetten zich daartoe reeds in door: Andere gemeenten vonden deze ‘kanalen’ nog niet. Wij hopen alvast dat zij de positieve voorbeelden die tijdens de zaaldiscussie werden genoemd noteerden als een 11de tip! In het slotwoord gaf de voorzitter van Mobiel 21 een samenvatting in de vorm van vier ‘krachtlijnen voor succesvolle mobiliteitsparticipatie in buurten’:
Te weinig rolstoeltoegankelijke haltes, buschauffeurs die wegens te krap bemeten reistijden moeten kiezen tussen ‘op tijd op de eindbestemming zijn’ of ‘passagiers de kans geven om naar een zitplaats te gaan’, moeilijke communicatie bij individuele klachten, … Het TOV weet wel dat niet alle problemen direct kunnen opgelost worden. Toch geloven we dat er heel wat kan verbeteren wanneer we met De Lijn aan tafel kunnen gaan zitten. Op 1 juni is De Lijn gestart met een proefproject dat personen met een handicap van deur tot deur vervoert. Het project loopt in de regio’s Mol en Leopoldsburg. Personen met een handicap worden opgehaald aan hun eigen voordeur en ze worden vervoerd tot hun bestemming. Die bestemming mag echter maximum 10 km. van hun woning liggen, met uitzondering van enkele ‘puntbestemmingen’ zoals een ziekenhuis of een station. Het TOV werd uitgenodigd om deel uit te maken van de stuurgroep die het project zou begeleiden. Natuurlijk wilden we daar graag op ingaan. Alleen is er een probleem: de stuurgroep zou samenkomen in de zomer. Dit werd uitgesteld tot half september en op het laatste nippertje werd de stuurgroep weer afgeblazen. Ondertussen horen we weinig positieve reacties van personen met een handicap uit de regio . Het TOV ijvert al ruim anderhalf jaar om tot een structureel gesprek te komen met De Lijn, om een verbetering te krijgen voor heel wat knelpunten voor personen met een handicap die het openbaar vervoer wensen te gebruiken. Ons geduld is op. Ook de ruime groep TOV-leden spoorde de kerngroep aan om het geduld niet eindeloos te laten duren.
Daarom hebben we een ultimatum gesteld. Als we binnenkort geen gesprek krijgen met De Lijn gaan we actie voeren. En we hopen dat de publieke opinie ons zal helpen. |
||