|
||
Inhoud
Het Toegankelijkheidsoverleg Vlaanderen maakte naar aanleiding van de besprekingen voor de vorming van een nieuwe federale regering en het regeerakkoord een Memorandum op.
Toegankelijkheid is een begrip met vele gezichten. Iedereen praat erover en vindt het zelfs belangrijk, maar – contradictie – bijlange na niet belangrijk genoeg om er echt iets van te maken. Toch is het vijf voor twaalf. De vergrijzing valt niet te stoppen, de emancipatie van mensen met een beperking al evenmin. De samenleving zal dus, willen of niet, ooit echt werk moeten maken van toegankelijkheid zonder nonsens. Het gesprek belandt meer dan eens in een impasse omdat de neuzen zelden in dezelfde richting wijzen op het cruciale moment waarop het gesprek concreet wordt. Principes, tot daaraan toe. De toegankelijkheidslobby maakte zich lange tijd sterk dat toegankelijkheid niet zo duur is, als je het bij aanvang op de juiste manier aanpakt. Dat is ook zo, maar onze geschiedenis is zo verlopen dat meestal zeer ingrijpende en dus dure aanpassingen nodig zullen zijn. Dat kost geld en niemand heeft daar teveel van. De voorbije jaren werd dan ook heel wat gesleuteld in de marge. Het uittekenen van een Vlaamse structuur waarin gebruikers voor het eerst een duidelijke en belangrijke plaats toegewezen krijgen, leek een belangrijke stap in de goede richting. De start van het Vlaams Expertisecentrum Enter ging gepaard met heel wat gemopper, maar ook dit kan een flinke stap vooruit zijn. Kan, want momenteel is het dat nog niet. Een heikel punt blijven de gebruikers.Hoe eigenaardig het ook mag klinken: diegene voor wie het allemaal bedoeld is, blijven lastige klanten waar men geen weg mee weet. In dit opiniestuk willen we ingaan op de rol die gebruikers in onze ideale wereld moeten kunnen spelen, los van welke structuur dan ook. Structuur is nodig om het geheel vorm te geven, maar de wijze waarop men ermee omgaat bepaalt zoveel meer dan de structuur zelf. Anders gezegd: een structuur – hoe goed ook – is niets meer dan een hulpmiddel. Het is al aangehaald, tot hiertoe is enkel het hulpmiddel aanwezig. De gebruikshandleiding ontbreekt of is onvolledig waardoor één en ander niet werkt en gebruikers blijven mopperen. Toch weet iedereen dat de kloof tussen burger en beleid alleen maar via dialoog kan gedicht worden. Dat is hier niet anders. Een poging tot handleiding dan.Eerst en vooral: gebruikers stellen eisen. Anderen – politici, technici, … - moeten bekijken hoe één en ander kan gerealiseerd worden. Deze stelling lijkt gemakzuchtig, maar is het niet. Wie een brood gaat kopen, koopt dit omdat hij het lekker vindt, het goedkoop is, omdat de winkel dichtbij gelegen is of de klant vriendelijk bediend wordt, … Geen enkele klant gaat de bakker vertellen hoe hij brood moet bakken. De klant heeft echter wel een mening over het gekochte brood: lekker, te droog, te luchtig, te zwaar, … Hij kan zijn mening vertellen aan de bakker, die op zijn beurt met deze informatie doet wat hij wil. Tot op zekere hoogte toch. Wanneer de bakker geen brood meer verkoopt omdat niemand nog tevreden is, heeft hij wel degelijk een probleem. Met toegankelijkheid is dat niet anders. Gebruikers moeten niet willen bepalen hoe alles in elkaar moet zitten, maar hebben wel een heleboel eisen te stellen. Gebruikers moeten echt wel kunnen aangeven welke richting een en ander uitmoet, want – anders bij de bakker – kunnen we bij ontevredenheid niet gewoon een andere winkel binnenstappen. De publieke ruimte is van iedereen en zo is er maar één. Laat het dus meteen duidelijk zijn: meepraten over het hoe is echt wel nodig. Gebruikers zijn geen technische experten en mogen niet de fout maken om daarvoor te willen doorgaan. Zij moeten bijzonder alert blijven om niet in de val te trappen om semi-deskundigen te worden. Vroeg of laat komt dit als een boemerang in ons gezicht terecht. Concreet betekent dit dat onze eisen concreet genoeg moeten zijn. Concreter in elk geval dan het aangeven van basisprincipes. We moeten mee kunnen oordelen over wetten, regels, projecten e.d. omdat we door dagelijks gebruik te maken van de publieke ruimte als geen ander weten waar het probleem zit en wat er moet veranderen. Beste beleidsmakers, neem gebruikers ernstig. Lastige klanten waar men geen weg mee weet, worden alleen maar lastiger omdat ze zich opzij gezet voelen. Betrokken en geëngageerde gebruikers zijn goud waard! Gebruikersdeskundigheid en daarmee alle verwachtingen van gebruikers als dagelijkse klant van de samenleving, is evenwaardig aan technische, theoretische of toegepaste deskundigheid en bijgevolg een onmisbare schakel om tot goede oplossingen te komen. Deze schakel overslaan is de beste garantie om oplossingen te genereren waar mensen lastig om worden. Overschat gebruikers niet.Dat alleen maar gebruikers weten hoe het moet, is een misvatting. Wij ervaren dagelijks waar dingen fout lopen en kunnen meestal ook aangeven waarom iets fout is en in welke richting de zaak uitmoet om wel aan onze voorwaarden te voldoen. Hiermee moet rekening gehouden worden. Het is aan de andere kant niet nodig, en eigenlijk voor niets goed, dat gebruikers tot in de kleinste details betrokken worden. In dat geval worden we overvraagd. Teveel gevraagd worden of teveel inspraak geven is wellicht een van de meest efficiënte middelen om gebruikers monddood te kloppen. Daarenboven zullen gebruikers niet tot in de eeuwigheid alles gratis blijven doen. Gebruikers, we gebruiken dit begrip bewust, zijn een heel diverse groep met soms totaal verschillende noden en verwachtingen. Iedereen is gebaat bij een toegankelijke leefomgeving, maar de eisen van iemand die gebruik maakt van een elektronische rolwagen verschillen nu eenmaal sterk van de verwachtingen die een jonge, mobiele twintiger zal stellen. Tot die laatste natuurlijk in een situatie van sterk verminderde mobiliteit terecht komt. De gebruiker van vandaag is niet die van gisteren en nog minder dan die van morgen. Toch zijn er tendensen. De samenleving vergrijst en neemt toe in complexiteit. Zoveel is zeker. Beide zaken kunnen deels opgevangen worden door een betere toegankelijkheid. Bij de vergrijzing hoeven we geen uitleg te geven, dat spreekt voor zich. Bij de toenemende complexiteit kan een betere toegankelijkheid een belangrijk hulpmiddel zijn. Een samenleving die en mentaal en fysiek toegankelijk is, is immers een samenleving die verder kan met een eenvoudige handleiding. Hier belanden we bij de gekende B’s. Alles moet betreedbaar zijn (je moet erop of binnen kunnen), bereikbaar zijn (je moet er geraken), betaalbaar blijven (een betere toegankelijkheid mag de eindgebruiker niet op kosten jagen), begrijpbaar en betrouwbaar zijn. Deze B’s lijden zonder twijfel tot de C van comfortabel. Hier gekomen, wordt het overbodig – maar we doen het toch nog eens – te vertellen dat alle inspanningen voor iedereen goed zijn. We zijn ten slotte allemaal gebruikers. Kortom, geef ons nu snel een kwalitatieve, afdwingbare regelgeving die rekening houdt met plan- en niet-planafleesbare elementen. Laten we nadien samen iedereen bewust maken van de inhoud en vooral het belang van deze regelgeving. Maar het moet dan echt wel een goede zijn! Yves Verschaeren
(Frederika Hostens) Binnen enkele weken worden we allemaal verondersteld naar de stembus te gaan om onze vertegenwoordigers in het federale parlement aan te duiden. Voor ouderen en mensen met een handicap is het geen gemakkelijke opgave om hun burgerplicht te vervullen. Zij botsen voor, tijdens en na de verkiezingen op kleine en grote hindernissen. Hoe kunnen die weggewerkt worden? Een reportage.Sommigen hebben er misschien weinig zin in, anderen juist heel veel. Politiek spreekt de ene persoon nu eenmaal meer aan dan de andere. Maar je stem uitbrengen, is niet alleen een kwestie van interesse en motivatie, het is ook een kwestie van toegankelijkheid. Het zal je maar overkomen dat je naar de website van je favoriete partij surft en dat je daar niet eens de namen van de kandidaten vindt omdat de site niet aangepast is voor mensen die blind of slechtziend zijn. Of dat je een verkiezingsdebat op televisie wilt volgen maar moet afhaken omdat het niet ondertiteld is en dus niet ‘verstaanbaar’ voor mensen die doof of slechthorend zijn. Of dat je wel alle informatie kunt horen en/of zien, maar ze niet begrijpt omdat ze hopeloos ingewikkeld is… Voor veel ouderen en mensen met een motorische, visuele, auditieve of verstandelijke handicap zijn dit spijtig genoeg zeer herkenbare situaties. Isabelle Heyerick is in naam van de Federatie van Vlaamse Dovenorganisaties (Fevlado) lid van de kerngroep van het Toegankelijkheidsoverleg Vlaanderen, kortweg TOV. Het TOV streeft naar integrale toegankelijkheid voor alle doelgroepen, ook als het over verkiezingen gaat. “Met ‘integraal’ bedoelen we dat al wat samenhangt met die verkiezingen, toegankelijk moet zijn”, legt Isabelle uit. “Dus niet alleen het gebouw, maar ook de hele procedure en alle communicatie over de verkiezingen”. Hokjes te kleinDe toegankelijkheid van de stembureaus voor mensen met een mobiliteitsbeperking is in België wettelijk geregeld. Een wet van 1980 bepaalt dat per vijf stembureaus één stemhokje toegankelijk moet zijn voor rolstoelgebruikers. De meeste Vlaamse gemeenten zijn goed op de hoogte van die wet en doen ook inspanningen om ze correct uit te voeren. “Toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers is vooral een kwestie van plaats”, merkt Harry Geyskens op. Hij is coördinator van de Belgische Confederatie van Blinden en Slechtzienden (BCBS) en eveneens lid van de kerngroep van het TOV. “Het komt er bijvoorbeeld op neer een hellend vlak te plaatsen als er trappen zijn en de doorgang breed genoeg te maken”. Eens aan het stemhokje gekomen, ondervinden veel rolstoelgebruikers echter dat er zich ook nog andere problemen kunnen voordoen: het hokje is bijvoorbeeld niet breed genoeg, of de rolstoel kan er wel in, maar dan kan het gordijntje niet volledig dicht. Vergeet dan maar de geheime stemming. En als een rolstoelgebruiker zich laat begeleiden, is het hokje in 99% van de gevallen helemaal te klein… “Al bij al is de bestaande wet nogal vrijblijvend”, vindt Isabelle Heyerick. “De gemeenten kiezen zelf hoe ze de toegankelijkheid invullen. De wet regelt bovendien alleen de toegankelijkheid voor mensen die gebruikmaken van een rolstoel. Mensen die blind of slechtziend zijn, blijven op hun honger zitten”. Nederlands voorbeeldIn theorie kan wie blind of slechtziend is en al dan niet met de hulp van anderen de weg naar het stemhokje heeft gevonden, volledig zelfstandig zijn of haar stem uitbrengen. Het volstaat om enkele computers uit te rusten met een systeem dat de tekst uitvergroot of omzet in spraak of naar een brailleregel (een toetsenbord in brailleschrift). Harry Geyskens: “De technologie bestaat, maar wordt in Vlaanderen spijtig genoeg nog niet gebruikt in de stemlokalen. Nederland staat op dat vlak heel wat verder: bij de verkiezingen van de Tweede Kamer in november 2006 waren er in 20 gemeenten aangepaste stemcomputers beschikbaar, tot grote tevredenheid van de blinde en slechtziende kiezers”. In afwachting van de installatie van aangepaste stemcomputers, hebben mensen die blind of slechtziend zijn, geen andere keuze dan een volmacht te geven of zich te laten begeleiden. Maar ook die assistentie verloopt niet altijd rimpelloos, omdat er nog geen spelregels voor vastliggen. Of de begeleider zomaar mee binnen mag in het stemhokje, hangt af van de ‘goodwill’ van de voorzitter van het stembureau. Isabelle Heyerick stipt aan dat er gevallen bekend zijn waarbij de persoon met een handicap zich moet laten registreren en soms zelfs de begeleider. “Er zijn daarover klachten binnengekomen na de gemeente- en provincieraadsverkiezingen in oktober vorig jaar. Als je een goed beleid wilt uitstippelen, moet je natuurlijk de doelgroep kunnen identificeren. Daarom zijn we niet 100% tegen registratie, maar het is natuurlijk niet aangenaam voor een persoon met een beperking dat hij zich moet laten registreren. Er zijn geen wettelijke bepalingen rond, waardoor er de dag zelf discussie ontstaat of dit niet indruist tegen de wet op de privacy. Dit kan opgelost worden met een duidelijke regelgeving. Als er nu een klacht binnenkomt, kan noch het TOV noch de bevoegde minister een eensluidend antwoord geven omdat er geen regels zijn”. Doe de stemtest?Hoe zit het intussen met de overvloedige verkiezingspropaganda? Is die toegankelijk voor mensen met een visuele handicap? “Laat ons zeggen dat er nog een lange weg te gaan is”, mijmert Harry Geyskens. “Pamfletten en folders zijn voor die doelgroep van geen enkel nut, zeker niet als ze in piepkleine lettertjes zijn opgemaakt. Blinde en slechtziende personen zoeken vooral hun toevlucht tot gesproken of elektronische informatie. Het internet zet de deur wijd open, maar veel websitebouwers van politieke partijen houden er blijkbaar geen rekening mee dat er onder hun bezoekers misschien blinde of slechtziende personen zijn. Een gemiste kans vind ik dat”. Doen de media het beter? “De verkiezingswebsites die door kranten, televisiezenders of andere media worden opgezet, zijn ook niet of maar gedeeltelijk toegankelijk voor mensen met een visuele handicap. Bij de vorige verkiezingen hadden we bijvoorbeeld het programma ‘Doe de stemtest’. De hele bevolking werd aangesproken en gemotiveerd om daar actief aan deel te nemen. Allemaal heel leuk, maar een deel van de bevolking kon niet op de website terecht. Er zijn bij de VRT klachten binnengekomen van blinde en slechtziende mensen die het interactieve deel niet konden invullen. De VRT heeft naar aanleiding van die klachten laten weten dat er niet meer voldoende tijd was om de website aan te passen. We verwachten uiteraard dat bij een volgende editie die aanpassingen wel uitgevoerd zullen zijn… Het siert de cel diversiteit van de VRT dat ze ons hebben uitgenodigd om over de toegankelijkheid van het nieuwe VRT-gebouw te praten. Ik hoop dat die toegankelijkheidsbekommernis ook leeft voor de programma’s en de websites die de VRT ontwikkelt”. Kies keurigInformatie over verkiezingen kunnen lezen of beluisteren is één ding, ze begrijpen is nog een ander paar mouwen. Onze maatschappij zit complex in elkaar, en voor verkiezingen geldt dat zeker. Alle initiatieven die helpen om een en ander te verduidelijken, zijn dan ook meer dan welkom. In de frontlinie duikt Toemeka op. Deze sociaalculturele beweging probeert het politieke gebeuren voor iedereen verstaanbaar te maken, door in eenvoudige taal uit te leggen waar het om gaat. Voor de komende federale verkiezingen zette Toemeka de campagne Kies-Keurig 2007 op. Toemeka verspreidt twee brochures over de werking van het parlement: ‘Parlement in verstaanbare taal’ en ‘Parlement in 100 woorden’. Daarnaast zijn er fiches ‘Partijen in kaart’ beschikbaar. Toemeka interviewde daarvoor alle partijvoorzitters over de basisuitgangspunten van hun partij en bundelde objectieve gegevens over de partijen. De fiches belichten ook enkele samenlevingsproblemen en het standpunt van de partij in kwestie daarover. In mei wordt er ook een Kies-Keurig-krant verspreid in de stations. “Met die partijfiches en de andere publicaties hebben we een educatief pakket samengesteld”, legt directeur Bruno Craps uit. “Daar hoort een DVD bij die volledig ondertiteld is en dus bruikbaar is voor dove en slechthorende personen. Met onze activiteiten richten we ons tot alle burgers en specifiek tot alle groepen van mensen die uit de boot dreigen te vallen: mensen met een verstandelijke of lichamelijke handicap, laaggeschoolden, armen, allochtonen… Bij elke campagne nemen we contact op met de overkoepelende organisaties van mensen met een handicap om de campagne voor te stellen en naar samenwerkingsafspraken te zoeken. We organiseren bijvoorbeeld ook ontmoetingen en debatten in het parlement en geven vorming aan groepen. Als er zich dove of slechthorende personen inschrijven, zorgen wij ervoor dat er een schrijftolk of een tolk Vlaamse Gebarentaal aanwezig is”. BasisburgerplichtToemeka is er zich ten volle van bewust dat er in de eigen communicatie ook nog drempels zitten verstopt, vooral dan voor mensen die blind of slechtziend zijn. Bruno Craps: “Onze brochures bestaan voorlopig alleen in gedrukte vorm en onze website is nog niet toegankelijk voor blinde en slechtziende bezoekers. We werken eraan om bij een volgende campagne nog meer drempels weg te werken”. Bij het TOV is men alvast opgetogen met het aanbod van Toemeka. Isabelle Heyerick: “Voor dove en slechthorende personen is het niet evident om op eenzelfde niveau als horenden alles te begrijpen en verwerken. Dit omdat de informatie niet altijd toegankelijk is. We hebben gemerkt dat er een grote behoefte was aan informatie over de verkiezingen: wat wordt er van je verwacht, wat zijn de gevolgen van ‘je stem gaan uitbrengen’? Toemeka bevordert de mentale toegankelijkheid. Daarom werken we met hen samen om aan onze doelgroep uit te leggen wat die verkiezingen inhouden. Naar aanleiding van de provincie- en gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 hebben we in samenwerking met verschillende dovenclubs in de vijf Vlaamse provincies vormingen georganiseerd in de Vlaamse gebarentaal. Die zijn gegeven door dove mensen die waren opgeleid door Toemeka. Vroeger organiseerden we ook al politieke debatavonden in de Vlaamse gebarentaal, maar die trokken vooral mensen aan die al iets van politiek afwisten. Ze hadden al een zekere basiskennis. Met de Toemeka-vorming bereiken we een veel ruimere groep. Het project maakt de basisburgerplicht van elke Vlaming toegankelijker en verdient daarom alle lof”. WAT DOET HET TOV?Het Toegankelijkheidsoverleg Vlaanderen (TOV) ijvert voor een integraal toegankelijke leefomgeving die voor iedereen bereikbaar, bruikbaar, betreedbaar en begrijpbaar is. Hiervoor oefent het tov invloed uit op het vlaamse beleid. het tov brengt de gebruikersorganisaties samen die werken rond toegankelijkheid, mobiliteit en handicap. Maken momenteel deel uit van de actieve kerngroep: Vereniging personen met een handicap (VFG), Belgische Confederatie voor Blinden en Slechtzienden (BCBS), Federatie van Vlaamse Dovenorganisaties (FEVLADO), Katholieke Vereniging Gehandicapten(KVG), Blindenzorg Licht en Liefde, vzw Komaan en vzw Marjan. Bron artikel: ONDER ONS mei ‘07 Meer informatie
De werken zijn volop bezig en het TOV werd uitgenodigd om de werken te bekijken. Met een mooie groep gebruikers kon het TOV opmerkingen en advies geven over hoe de VRT een betere toegankelijkheid kan bereiken. In de eerste plaats werd nagegaan wat er nodig is voor de bezoekers. Aanpassingen aan de onthaalruimte, ingang en de rondleiding die men kan volgen zullen noodzakelijk zijn indien men bij de VRT iedere bezoeker wil verwelkomen. Ook op de werkvloer zijn nog wat voorzieningen nodig om meer personeel met een handicap echt een goede werkplaats aan te bieden. De VRT is alvast bereid hier iets aan te doen. De adviezen werden persoonlijk gegeven aan de projectontwikkelaars en de Cel Diversiteit van de VRT. Samen met het TOV en de gebruikers gingen de verantwoordelijken voor TOM kijken waar er nog knelpunten zijn en hoe men ze kan oplossen. Door de verschillende gebruikers samen te brengen, kon het TOV gericht adviseren aan de VRT. Een advies dat tegelijkertijd gesteund word door de gebruikers. Reactie van de VRT op dit bezoekAls openbare omroep wil de VRT een spiegel zijn van de diversiteit in de Vlaamse samenleving, zowel op als achter de schermen”, vertelt Geert De Clercq van de Cel Diversiteit. “Mensen met een handicap zijn daarbij een doelgroep waaraan we de komende jaren extra aandacht besteden. Een belangrijk aspect is natuurlijk de toegankelijkheid van gebouwen en evenementen. We hopen dat een bezoeker, praatgast of collega met een handicap zich relatief vlot en autonoom kan bewegen door het omroepcentrum. De huidige TOM-renovatiewerken (Totale OMbouw) zijn een goede gelegenheid om daar aan te werken. We zijn de ervaringsdeskundigen die langs kwamen dan ook zeer dankbaar voor hun constructieve tips en opmerkingen. En we zien toegankelijkheid ook in brede zin. Denk pakweg maar aan de ondertiteling voor mensen met een auditieve handicap. Die wil de VRT tegen eind 2010 opdrijven tot 95% van de Nederlandstalige programma’s.
Mobiliteit en toegankelijkheid zijn met elkaar verbonden voor het ToegankelijkheidsOverleg Vlaanderen (TOV). Ook op het gebied van mobiliteit worden gebruikers nog te vaak geconfronteerd met ontoegankelijkheid. De Denkdag Mobiliteit had als doel om de gebruikers samen te brengen en na te denken over de huidige problemen en mogelijke oplossingen. Een dag georganiseerd door een gebruikersplatform voor haar eigen doelgroep dus. De dagvoorzitter, Harry Geyskens, startte de dag met een voorstelling van het TOV. Daarna gaf hij het woord aan Eddy Klynen, coördinator van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV). Meneer Klynen verduidelijkte wat ideale mobiliteit precies is, of zou moeten zijn. Hierbij zijn vijf parameters belangrijk, namelijk; mobiliteit moet werken, betaalbaar zijn, rechtvaardig zijn, veilig zijn en ecologisch verantwoord zijn. Van die vijf zaken is in de realiteit enkel het eerste punt bereikt: mobiliteit werkt. De vier andere punten wil de Vlaamse overheid ook waarmaken. In het Mobiliteitsplan Vlaanderen neemt men naast die zaken nog eens de volgende vijf thema’s op: bereikbaarheid, toegankelijkheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid en milieu en natuur. Dat dit zeker niet het geval is, werd snel duidelijk toen het de beurt was aan de gebruikers. Het TOV vroeg vier personen om uit hun eigen expertise een realistisch beeld te geven van hoe zij mobiliteit ervaren. De verhalen van een elektronische rolstoelgebruiker, een slechthorend-slechtziend persoon, leerlingen met autisme en een doof persoon toonden aan dat de ideale mobiliteit nog niet bereikt is.
Voor het publiek, dat voornamelijk bestond uit gebruikers, waren vele verhalen herkenbaar. De getuigenissen legden de vinger nog eens op de wonde.
Voor de vertegenwoordigers van De Lijn en de NMBS boden ze een kijk op de realiteit. Hierdoor werd ook voor hen duidelijk hoe toegankelijkheid en mobiliteit met elkaar verbonden zijn. Tegelijkertijd boden de toespraken ook voor bepaalde problemen concrete oplossingen die door De Lijn en NMBS konden meegenomen worden. Een terugkerend punt in de getuigenissen bleek de vraag naar duidelijke communicatie tussen de bevoegde instanties en de gebruikers. Daarnaast bleken vele zaken nog te veel afhankelijk van de goodwill van het personeel op het terrein. Tijdens de middagpauze werd er bij een broodje al van gedachten gewisseld over wat er tijdens de voormiddag aan bod kwam. De deelnemers waren zich al aan het opwarmen voor het debat. De zaal werd klaargezet voor het debat, de moderator, Tom Ysebaert (redacteur De Standaard) nam de stellingen nog eens door zodat we stipt volgens het programma met het namiddaggedeelte konden starten. Stelling 1: mobiliteit is een recht: enkel met fatsoenlijk openbaar vervoer kunnen mensen hun kansen volop ontwikkelen in de maatschappij.De deelnemers aan het debat waren het vrijwel allemaal eens met deze stelling. Het gevolg is dan ook dat als bepaalde groepen van de bevolking geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer, zij ook hun kansen niet kunnen ontwikkelen. Stelling 2: openbaar vervoer is te weinig afgestemd op mensen met een beperking.Algemeen ziet men dat er een bereidheid is om openbaar vervoer ook mogelijk te maken voor personen met een beperking. Toch is er nog veel werk om te komen tot toegankelijke infrastructuur (haltes, stations,…) en toegankelijke informatie. In het streven naar toegankelijkheid zou men moeten uitgaan van een zo groot mogelijke zelfstandigheid van de reiziger met een beperking. Stelling 3: informatie is niet toegankelijk en soms niet betrouwbaar.Vooral wat betreft de ontoegankelijkheid van informatie weegt zwaar bij de personen met een beperking. Goede en duidelijke informatie zorgt er voor dat men zijn/haar reisweg probleemloos kan aanvatten. Vooral een persoon met een beperking dient zich goed te informeren over de reisweg. Indien die informatie niet begrijpbaar of betrouwbaar is, zorgt dit voor bijkomende problemen. Er werd ook aangehaald dat informatie in stations en in bussen, trams en treinen niet voor iedereen toegankelijk is. Wat op een perron door middel van een omroepsysteem omgeroepen wordt, is niet toegankelijk voor dove en slechthorende personen. Een website die niet aangepast is voor slechtziende bezoekers kan die specifieke bezoekers niet informeren. Daarnaast blijken ook de websites van De Lijn en de NMBS tegenstrijdige informatie te geven over de beste reisroute, wat verwarrend is voor alle reizigers.Stelling 4: begeleiding en assistentie lossen niet alles op.De meeste aanwezigen gaven aan tevreden te zijn over de begeleiding die gegeven wordt op de trein door de NMBS. Maar soms is men nog te afhankelijk van wat het personeel wil doen. Over de begeleiding of hulp bij de bus zijn de meeste gebruikers niet te spreken. De vertegenwoordiger van De Lijn informeerde dat er een richtlijn bestaat bij De Lijn die zegt dat een buschauffeur verantwoordelijk is voor zijn bus en zijn post niet mag verlaten. Dit staat in contrast met de Europese richtlijn waar men zegt dat al er een rolstoelgebruiker aan boord van een bus komt, de chauffeur moet zien wat er gebeurt op de oprijplank. Vele gebruikers willen ook zo zelfstandig mogelijk gebruik maken van het openbaar vervoer. Mits het gebruik van technische hulpmiddelen (hellend vlak aan de trein, LCD schermen met informatie in geschreven vorm) laat men de persoon met een beperking toe zelfstandig en gelijkwaardig deel te nemen aan mobiliteit. Hierover moeten er op het beleidsniveau meer duidelijke keuzes gemaakt worden. Stelling 5: aangepast vervoer zal noodzakelijk blijven.Uit verschillende persoonlijke bijdrages bleek dat het openbaar vervoer nooit de volledige mobiliteitsbehoefte zal kunnen vervullen. Er zal steeds een combinatie nodig zijn van verschillende vervoersmogelijkheden zodat het gebruiksvriendelijk blijft. Vooral door de beperkingen in het openbaar vervoer (beperkte toegankelijkheid, beperkte bereikbaarheid, beperkte diensturen) zal een aanvulling vanuit het aangepast of deur-aan-deur vervoer noodzakelijk blijven. Na het open debat waar gebruikers en vertegenwoordigers in dialoog gingen, volgde er een samenvatting van de dag. Isabelle Heyerick (TOV en Fevlado) gaf haar indrukken van de dag weer. Zij merkte vooral op dat het woord discriminatie tot drie maal toe werd gebruikt. Sommige gebruikers voelen zich gediscrimineerd. Zij willen deelnemen aan het openbaar vervoer, maar krijgen daar niet voldoende kansen toe. De ombudsman van de NMBS, Guido Herman, maakte ook duidelijk dat het belangrijk is om het beleid te beïnvloeden op de juiste momenten. Dat is net wat het TOV plant te doen. Het einde van de Denkdag Mobiliteit is de start voor het TOV om met het standpunt van de gebruikers naar de overheid te trekken en op de juiste momenten het beleid te beïnvloeden.
Op 30 mei nodigde het TOV alle provinciale partners (technische adviesbureaus, steunpunten toegankelijkheid, gehandicaptenadviesraden…) uit om samen met haar leden, gebruikersorganisaties uit de ruime groep, tot een uitwisseling te komen rond de huidige stand van zaken en toekomstplannen aangaande het Vlaamse en provinciale toegankelijkheids- en mobiliteitsbeleid. De coördinator, Yves Verschaeren, gaf een kort overzicht van de stand van zaken met betrekking tot het TOV. Daarbij kwam ondermeer aan bod: de gedane inspanningen om de ruime groep van het TOV uit te breiden met zoveel mogelijk gebruikersorganisaties uit de sector van personen met een handicap die werken rond toegankelijkheid en mobiliteit. De respons was tot nu toe slechts matig. Nieuwe ledenorganisaties blijven welkom. Daarnaast werd ook de kerngroep uitgebreid met enkele actief meewerkende leden waarbij een bredere vertegenwoordiging van gebruikersgroepen tot stand kwam. Om de ruime groep en andere belangstellenden te informeren over onze werking, standpunten, toekomstplannen… heeft het TOV sinds begin dit jaar een toegankelijke website, voorzien van het Anysurferlabel, en geeft het een drietal keren per jaar een ‘Nieuwsbrief’ uit. Met het Vlaams Expertisecentrum Toegankelijkheid, ENTER, en het kabinet Gelijke Kansen wordt intussen nog steeds druk onderhandeld over een samenwerkingsprotocol. Via deze protocols wordt het TOV door de beide instanties niet alleen ‘op papier’ maar ook in de praktijk erkend als evenwaardige gesprekspartner. De bedoeling is om tot een betere betrokkenheid van het TOV te komen bij het overleg vanaf de initiële fase van de onderhandelingen of plannen. Zo wensen we ondermeer betrokken te worden bij het uitwerken van de herziening van de wettelijke voorschriften omtrent de stedenbouwkundige vergunning voor openbare en voor publiek toegankelijke gebouwen. Het TOV zal blijven pleiten voor de afdwingbaarheid van de niet-op-plan-afleesbare elementen. Een heikel punt is de mogelijkheid tot controle om de stedenbouwkundige vergunning te kunnen afleveren en de plannen te kunnen uitvoeren. Ook de anti-discriminatiewet is aan een herziening toe. De ‘redelijke aanpassingen’ dienen beter omschreven. Het Vlaamse politieke beleid staat open voor een Decreet Gelijke Behandeling. Op verzoek van het kabinet Gelijke Kansen werkt het TOV binnenkort aan een project rond ‘mentale’ toegankelijkheid. Toegankelijkheid reikt immers verder dan enkel fysieke, meetbare en op-plan-afleesbare elementen. Ook mentale drempels zoals de bruikbaarheid, bereikbaarheid, begrijpbaarheid en betaalbaarheid van voorzieningen, gebouwen, openbaar vervoer, informatie… verdienen de nodige aandacht. De vraag is echter: Welke definitie geven we aan deze ‘mentale’ toegankelijkheid? Wat houdt dit precies in en welk is de juiste benaming? We hopen via dit project tot een duidelijker en welomschreven antwoord te komen. Concreet met betrekking tot openbaar vervoer trachten we via de Vlaamse minister voor mobiliteit ‘toegang’ te krijgen tot een gestructureerd overleg met de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn. Er werd ons beloofd dat dit overleg in september 2007 van start zal gaan. ‘Mentale’ toegankelijkheid zal daarbij een belangrijk gespreksonderwerp zijn. Ook het proefproject van De Lijn in samenwerking met de Diensten Aangepast Vervoer dat onlangs van start ging in de regio Mol-Leopoldsburg trachten we op de voet op te volgen. Uitwisseling standpunten met de provinciale partnersUit de gedachtenwisseling met de provinciale partners kwamen in het bijzonder twee punten naar voor:
|
||